De BNA moet de politiek in

Dit artikel verscheen eerder in De Architect.

Het bestuur van de BNA heeft onlangs een nieuwe voorzitter voorgedragen. De selectieprocedure vond achter gesloten deuren plaats. Er kunnen nog andere kandidaten worden voorgedragen, en daar wordt dan in de ledenvergadering over besloten. Er is dus geen openbare verkiezing. De taakstelling zegt dat de voorzitter zichtbaar moet zijn, maar een echte opdracht is er niet. We weten dus niet echt waar we aan toe zijn. Dit is geen kritiek op de kandidaat zelf, want we weten nog weinig over haar visie en ervaring. Maar dat is nu juist het punt.

Het gebrek aan een transparantie doet afbreuk aan de effectiviteit van de vereniging. En dat geldt niet alleen voor de aanstellingsprocedure. Wat de trend is voor het aantal architecten die de BNA door de jaren heen vertegenwoordigd is onduidelijk, want de cijfers zitten achter een betaalmuur, zelfs voor leden. Terwijl dit nu juist een belangrijke indicator is voor haar effectiviteit. Of de BNA succesvol is, weten we domweg niet.

Eén ding weten we wel: de BNA is maatschappelijk irrelevant. Buiten de beroepsgroep wordt zij nauwelijks gehoord. Met de schreeuw om aandacht vanuit de beroepsgroep voor ruimtelijke kwaliteit in de politiek wordt niets gedaan. Over de kraakwet en het woningtekort is er doodse stilte. Dit is geen kritiek op wat de BNA wel doet, maar wel op wat zij niet doet. De organisatie mist leiderschap.

De branchevereniging is maatschappelijk irrelevant. Buiten de beroepsgroep wordt zij nauwelijks gehoord.

Vergelijk de BNA met het Britse RIBA. Ook daar is genoeg af te dingen. Maar de RIBA is maatschappelijk relevant, en wordt regelmatig geciteerd in landelijke dagbladen. Zij strijdt al jaren tegen wantoestanden inzake ruimtelijke kwaliteit. Na de Grenfell ramp was zij actief betrokken bij het formuleren van nieuw beleid. Op politieke ‘talking points’ wordt onmiddellijk gereageerd, en de politiek luistert.

Een ander voorbeeld is de Braziliaanse Bond van Architecten. Al in de jaren ’60 agendeerde deze de historische wantoestanden met het recht op kwaliteit van leven in de stad, en is dit blijven doen totdat dit werd vastgelegd in de grondwet. Dit heeft geleid tot progressieve stedelijke ontwikkelings­programma’s die door de Verenigde Naties en de World Bank als voorbeeld worden gesteld.

Aannemers branchevereniging Bouwend Nederland heeft met een doorgewinterde politicus als voorman een stevige voet tussen de deur in Den Haag. Want lang voordat het programma voor een gebouw wordt bepaald door een ontwikkelaar, wordt het programma voor de bouw bepaald in Den Haag. Denk aan de discussie rond de miljoen extra woningen, waar elke nuance of verdieping ontbreekt. En hoewel de Rijksbouwmeester dapper de strijd aangaat voor ruimtelijke kwaliteit, blijft het een eenzame strijd.

We kunnen een voorbeeld nemen aan de RIBA, waar de nieuwe voorzitter wordt gevonden via een open verkiezing.

De BNA moet dus de politiek in. En dit begint bij de structuur van de organisatie zelf. We kunnen hierbij een voorbeeld nemen aan de RIBA, waar de nieuwe voorzitter wordt gevonden via een open verkiezing. Kandidaten schrijven een manifest, geen architectonisch manifest, maar een politiek manifest, en dat maakt het verschil. De gekozen voorzitter zet dan vervolgens de lijnen uit, een beetje zoals een minister, die de organisatie dan uitvoert, zoals de ambtenaren dat doen.

Het bouwproces bestaat bij de gratie van het bouwen van consensus, en dat is traditioneel de taak van de architect. Het is tijd om dit principe op een hoger plan te tillen, dat van de landelijke politiek. Mijn advies aan de nieuwe voorzitter: zet deze bestuurlijke veranderingen in gang. Alleen dan kan de vereniging de beroepsgroep écht vertegenwoordigen.


Posted

in categories